Hout is een natuurlijk en levend materiaal dat wordt aangetast door biologische agentia, zoals schimmels en insecten. Deze risico’s hangen af van de blootstelling van het hout aan de vochtigheid.
U krijgt een duidelijk beeld van de duurzaamheid van het hout dat wordt gebruikt voor het leggen van terrassen als u de invloeden van buitenaf en de vochtigheid kunt identificeren. Deze worden onderverdeeld in 4 belangrijke gebruikersklassen. U hoeft enkel de houtsoorten, al dan niet beschermd, te weerhouden met een duurzaamheid die voldoende is om aan deze invloeden het hoofd te bieden. De meeste ontwerpen voor houten terrassen maken tegenwoordig gebruik van klasse 4, m.a.w. hout dat voortdurend wordt blootgesteld aan vocht en vochtigheidsgraden die groter zijn dan 20 %. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de naslagwerken.
Hout is van nature een heterogeen materiaal met een aantal bijzonderheden die al van in het begin aanwezig zijn of opduiken bij het verouderen (knopen, barsten, enz.)
Het feit dat deze bijzonderheden aanwezig zijn op een houten plank betekent daarom niet dat deze plank ongeschikt is voor het voorziene gebruik of dat zal worden. Vaak is er geen enkele impact op de technische eigenschappen ervan.
Maximale dunheid van de planken:
Om extreme vormveranderingen te vermijden tijdens de levensduur van een plank, wordt de verhouding breedte/dikte beperkt tot een maximale drempelwaarde. Deze drempelwaarde hangt af van de natuurlijke, intrinsieke stabiliteit van de houtsoort. Hoe stabieler de houtsoort is bij uitzettingen en inkrimpingen, hoe hoger de toegelaten bovengrens is.
De toegelaten waarden worden hierna vermeld in de samenvattende tabel.
Omwille van de stabiliteit en de veiligheid wordt aangeraden geen planken te weerhouden die dunner zijn dan de waarden die hierna worden vermeld in de samenvattende tabel.
De kanten van de planken moeten worden stukgeslagen. Bij een afgeronde kant zal de krommingsstraal groter dan of gelijk zijn aan 2 mm.
Tijdens hun levensduur zetten houten terrasplanken uit en krimpen ze in, naargelang van de klimaatschommelingen. Tijdens deze cycli wordt het hout vervormd, splijt en barst het, enz. Het is belangrijk dat de ontwerper de eigenschappen van elke houtsoort goed kent, welke soort hij ook gebruikt, voor een hoogwaardig resultaat. Daarom werd de volgende waardeschaal hierna opgenomen in de samenvattende tabel.
Weinig stabiel (PS) / Gemiddeld stabiel (MS) / Stabiel (S)
Afhankelijk van de wensen van de bouwheer is het belangrijk te weten hoe hard elke houtsoort is. De volgende waardeschaal werd hierna opgenomen in de samenvattende tabel:
Geringe hardheid H1 -> Heel hoge hardheid H5
De waarden die in de tabel hierna zijn vermeld, zijn louter informatief en vormen in geen enkel geval contractuele waarden die als referentie dienst kunnen doen.
Houtsoorten |
Hardheid |
Stabiliteit |
Maximale dunheid (breedte/dikte)* |
Minimale dikte |
Douglas (Pseudotsuga menziesii)traité ou non traité |
D2 |
MS |
6 |
20 |
Mélèze
(Larix decidua) |
D3 |
MS |
6 |
20 |
Sapin épicéa traité classe 3a |
D2 |
S |
6 |
20 |
Pin Maritime
(Pinus pinaster) |
D3 |
MS |
6 |
20 |
Pin Sylvestre
(Pinus sylvestris) |
D2 |
MS |
6 |
20 |
Western red cedar (Thuja plicata) |
D1 |
S |
7 |
27 |
Western Hemlock
(Tsuga heterophylla) |
D2 |
MS |
6 |
20 |
Châtaignier (Castanea sativa) |
D3 |
MS |
5 |
22 |
Pin jaune (Pinus strobus L.) |
D2 |
MS |
6 |
20 |
Chêne Rouvre ou pédonculé |
D3 |
MS |
5 |
22 |
Robinier (Robinia pseudoacacia) |
D4 |
PS |
4 |
22 |
Houtsoorten |
Hardheid |
Stabiliteit |
Maximale dunheid (breedte/dikte)* |
Minimale dikte |
Azobe (Lophira alata) |
D5 |
PS |
4 |
50 |
Angelim vermelho (dinizia excelsa) |
D5 |
PS |
4 |
50 |
Basralocus (Dicorynia guinensis) |
D4 |
MS |
6 |
20 |
Bilinga (Nauclea diderrichii) |
D4 |
MS |
5 |
27 |
Bangkirai (Shorea spp. Section Shorea) > 850kg/m3 |
D4 |
MS |
6 |
19 |
Cumaru (Dypterix spp.) |
D5 |
MS |
6 |
19 |
Doussié (Afzelia spp.) |
D4 |
S |
6 |
19 |
Garapa (Apuleia leiocarpa) |
D4 |
MS |
5 |
20 |
Gonçalo Alves (Astronium spp.) |
D4 |
MS |
5 |
19 |
Greenheart (Chlorocardium rodiaei) |
D5 |
MS |
4 |
27 |
Ipe (Tabebuia spp.) |
D5 |
S |
7 |
19 |
Iroko (Milicia spp.) |
D4 |
MS |
5 |
21 |
Itauba (Mezilaurus itauba) |
D3 |
MS |
5 |
19 |
Jatoba (Hymenaea spp.) |
D4 |
MS |
5 |
19 |
Kapur (Dryobalanops spp.) |
D3 |
MS |
6 |
19 |
Keruing(Dipterocarpus spp) |
D3 |
PS |
4 |
27 |
Maçaranduba (Manilkara spp.) |
D5 |
PS |
5 |
21 |
Makoré(Tieghemella spp.) |
D3 |
MS |
6 |
27 |
Merbau (Intsia bijuga & palembanica) |
D5 |
S |
7 |
19 |
Moabi (Baillonella toxisperma) |
D4 |
MS |
6 |
19 |
Mukulungu (Autranella congolensis) |
D4 |
PS |
4 |
50 |
Padouk (Pterocarpus soyauxii) |
D4 |
S |
7 |
19 |
Piquia (Caryocar sp.p) |
D3 |
MS |
4 |
27 |
Pynkado (Xylia dolabriformis) |
D5 |
MS |
4 |
27 |
Tali (Erythrophleum spp.) |
D5 |
MS |
4 |
27 |
Tatajuba (Bagassa guianensis) |
D4 |
PS |
4 |
21 |
Teck (Tectona grandis) |
D3 |
S |
7 |
19 |
Door het effect van de ultraviolette stralen van de zon evolueert de natuurlijke tint van het hout geleidelijk aan naar een grijze kleur. Deze tint verandert enkel maar aan het oppervlak. Deze evolutie kan trager of vlugger verlopen naargelang van de blootstelling. De tint van houten planken die niet beschermd zijn tegen uv-stralen begint al vanaf de eerste zes maanden na ingebruikname te veranderen.
Dit natuurlijke fenomeen heeft geen enkele invloed op de stevigheid of de duurzaamheid van het hout.
Ook behandeld hout ontkomt hier niet aan. Het gebeurt gewoon minder snel.